Nationaal Vlasserij-Suikermuseum

 

Van lijnzaad tot linnen, het vergeten proces

      Heel lang geleden maakten de mensen hun kleding van dierenvellen. Maar al heel gauw ontdekte iemand dat je van vezels van planten draadjes kunt maken. Die draadjes kun je in elkaar draaien tot garen.
Met deze garens kan de wever dan op zijn weefgetouw doek weven.
Van dit doek kunnen dan kleren worden gemaakt.

Een beschrijving van het vergeten proces, de vergeten werkwoorden repelen, roten, braken, zwingelen

 

  
       Het vlas   
             

      Als het lente wordt halen de boer en de knecht de mest uit de stal, laden hem op de kar en brengen hem naar het land.   
          
      

De mest wordt op het land uitgestrooid en ondergeploegd.
Het sterke paard trekt de zware ploeg.

  
      

 
          
       
          
      Met een eg worden de grote brokken aarde kleiner gemaakt  
          
      

  
           
     In het begin van april gaat de boer het vlaszaad op de akker zaaien.
Vroeger zei men dat het op de honderdste dag van het jaar moest gebeuren.
   
           
     

   
          
      Vlaszaad wordt ook wel lijnzaad genoemd

Het is heel klein en glad. Om te zorgen dat het niet wegwaait wordt het met de klompen aangetrapt
  
          
             
      Tussen het vlas begint ook onkruid te groeien. Dit wordt er met de hand uitgeplukt.  
          
        
           
     In juni komen er kleine lichtblauwe bloempjes aan de vlasstengels.

’s Morgens gaan ze open en na een paar uur vallen ze al weer af.

   
           
             
         
     Ongeveer honderd dagen na het zaaien is het vlas rijp. De planten worden met de hand uit de grond getrokken  
         
           
    Het vlas wordt in bossen bij elkaar gebonden en op het veld gezet om te drogen. Daarna wordt het naar de boerderij gebracht   
           
           
       

Repelen, de meid trekt het vlas door de repel.

De kleine zaadbolletjes, bovenaan de stengels, vallen eraf

  
           
       De bossen vlas worden nu in een ven in het water gelegd om te roten

Roten betekent eigenlijk rotten

  
          
    
       
   Na drie weken is het vlas ver genoeg gerot. In de stengels zijn de vezels los komen te zitten  
       
  Ondertussen slaan opa en de knecht op de boerderij met dorsvlegels het vlaszaad uit de zaadbolletjes.     
           
      Het natte vlas moet eerst weer dragen op een grasveld.
Af en toe draait opa het nog eens om.
   
           
       
         
     Boven een smeulend vuur wordt het vlas dan verwarmd   
         
          
    Meisjes uit de buurt komen helpen bij het braken van vlas.
Zij breken de stengels kapot. De buigzame vezels in de stengel breken niet
  
          
             
         
     Na het braken is te zien hoe groot de oogst is 
     Dan wordt er een klein feestje gevierd. Er komt een muzikant met een harmonica en er wordt gedanst 
         
       
           
     Zwingelen, tussen de vlasvezels zijn kleine stukjes hout blijven zitten. De meid slaat ze eruit op de zwingel met een houten zwaard.    
           
      
        
    Hekelen, op de hekel kamt de boerin het vlas.

De lange vezels die overblijven bindt zij in kleine popjes bij elkaar

  
        
             
          
    Van de lange vezels spint de boerin met een dunne draad. De meid maakt grover garen van korte vezels die in de hekel achterbleven.   
          
     
        
    De gesponnen garens hebben een bruine kleur. In een bak met water lost de kleurstof langzaam op en wordt het garen licht van kleur 
        
     
          
      De wever maakt op zijn weefgetouw het linnen voor de beddenlakens en hemden. 
          
    
       
   Om het linnen nog witter te maken moet het een paar weken in de zon bleken   
       
    
          
      Heel trots legt de boerin het mooie witten linnen in de kast.  
          
             
       met dank aan: HEP,  Historisch Educatief Platform   
             
 <<< terug naar de hoofdpagina

Laatst bijgewerkt: 18 april 2009